Dimensionering boorveld – vollasturen

Het aantal equivalente vollasturen (verder vollasturen genoemd) is het aantal uren dat het systeem op vol vermogen moet draaien om de jaarlijkse energie hoeveelheid te leveren. Bij warmtepompen die enkel aan/uit schakelen op hun totale vermogen is het werkelijk aantal draaiuren gelijk aan het aantal vollasturen. Bij modulerende warmtepompen echter, draait het systeem veel meer uren, maar slechts op een deel van het maximale vermogen (in deellast).

Omgerekend kan men stellen dat de vollasturen, het aantal uren is dat een systeem op vol vermogen moet draaien om aan de energievraag te voldoen.

Het aantal vollasturen (en de beta-factor) wordt rechtstreeks bepaald door de keuze van het condensorvermogen van de warmtepomp.

  • Met een beta-factor = 1 kan de warmtepomp het volledige jaar de warmtebehoefte dekken. Ze zou hiervoor 1650 uren in vollast werken.
  • Met een beta-factor = 80 %, kan de warmtepomp 97% van het jaar aan de warmtebehoefte voldoen. Ze draait hiervoor 2000 uren in vollast. Voor de resterende 3% van de energiebehoefte wordt beroep gedaan op een bijkomende energiebron.

Het aantal vollasturen bepaalt het specifieke onttrekkingsvermogen (of piekvermogen) van een boorgat. Onderstaande figuur toont de relatie tussen beide factoren: hoe hoger het aantal vollasturen, hoe lager het specifiek onttrekkingsvermogen. (bron ISSO publicatie 73, Ontwerp en uitvoering van verticale bodemwarmtewisselaars)

grafiek vollasturen