Dit is het vermogen dat een warmtebron moet kunnen opwekken om op de koudste dag van het jaar de gewenste binnentemperatuur constant te houden en desgevallend de benodigde hoeveelheid sanitair warm water te produceren.
Voor het vermogen voor de ruimteverwarming wordt er o.a. rekening gehouden met de verliezen door de isolerende schil en het ventilatiesysteem. De NBN EN 12831 “Verwarmingssystemen in gebouwen- Methode voor de berekening van de ontwerpwarmtebelasting” beschrijft deze berekening.
Het benodigde thermisch vermogen voor de bereiding van sanitair warm water is afhankelijk van de hoeveelheid, de vereiste temperatuur (50°C, 55°C, 60°C), de boilerinhoud en de laadtijd van de boiler.
Er zijn verschillende vuistregels om een eerste inschatting te maken van het benodigde vermogen. Uiteraard dient deze inschatting te worden geverifieerd door gedetailleerde berekeningen.
