(désolé, la version française de cette page n’est pas encore disponible)
De thermische geleidbaarheid λ (W/(m.K)) tussen twee plaatsen met een verschillende temperatuur beschrijft in welke mate een medium de warmte geleidt. Deze energieoverdracht verloopt van de warmere naar de koudere plaats door moleculaire interacties ten gevolge van het verschil in kinetische energie.
De thermische geleidbaarheid van grond is afhankelijk van de mineralogische samenstelling (bv. kwarts, kleimineralen), de porositeit, de verzadigingsgraad en de temperatuur. Zo zal de thermische geleidbaarheid afnemen bij een toenemende porositeit (poriënvolume). Dit effect wordt echter gereduceerd wanneer de poriën verzadigd zijn met water, wat ervoor zorgt dat de thermische geleidbaarheid opnieuw toeneemt [D1]. De thermische geleidbaarheid varieert van 1,2 W/(m.K) voor kleigronden tot 2,4 W/(m.K) voor waterverzadigde zandgronden.
De thermische geleidbaarheid van de bodem heeft een grote impact op de dimensionering van een boorveld. Een hoge thermische geleidbaarheid betekent dat de energie snel getransporteerd wordt naar de bodemwarmtewisselaar. Voor een goed ontwerp is het belangrijk om de actuele waarde zo dicht mogelijk te benaderen aan de conservatieve zijde, m.a.w. een thermische geleidbaarheid die een beetje lager ligt dan de actuele waarde en met hoge zekerheid voldoet aan de werkelijke waarde.
Omdat de thermische geleidbaarheid afhankelijk is van de grondsoort (zand, klei …) is de gemiddelde thermische geleidbaarheid afhankelijk van de opeenvolging en de dikte van de verschillende lagen van die grondsoort op een bepaalde locatie.
Men kan de gemiddelde thermische geleidbaarheid over een bepaalde boordiepte bepalen door middel van een Thermische-Responstest (TRT). Voor een eerste ontwerpfase of voor een beperkt systeem volstaat het echter om een schatting van de gemiddelde thermische geleidbaarheid te maken op basis van geschiktheidskaarten (zie verder geothermische screeningstool)
Voor grotere en complexe systemen moet er een Thermische-Responstest in situ uitgevoerd worden. Via een bodemwarmtewisselaar wordt er warmte aan de ondergrond afgegeven. Door de meting van de in- en uitgangstemperatuur van het circulerende fluïdum, wordt de snelheid bepaald waarmee deze warmte afgegeven wordt. Aan de hand daarvan kan de thermische geleidbaarheid (λ) van de grond over de volledige sondelengte berekend worden. Het resultaat wordt mogelijk beïnvloed door de effectieve grondwaterstroming. Behalve de thermische geleidbaarheid kan aan de hand van een TRT ook de thermische weerstand van de boorgatwarmtewisselaar (Rb) bepaald worden.
